in-de-albanese-alpen

In de Albanese Alpen

De Albanese Alpen zijn ongerept en onherbergzaam. En dus een prachtlocatie voor een stevige hike tussen twee afgelegen bergdorpen. Een reisreportage voor Trouw.

In de Albanese Alpen

Gepubliceerd in Trouw, 10 oktober 2015

De Albanese Alpen zijn ongerepter en onherbergzamer dan hun westelijker gelegen broertjes. Ze heten hier niet voor niets ‘de vervloekte bergen’.

Tekst en foto’s Emiel van Dongen

Fijn dat alle wandelpaden en kruispunten in Albanië zijn gemarkeerd, jammer alleen dat het allemaal met hetzelfde rood-witte teken is. Net als we denken dat we zijn verdwaald, zien we een vrouw met twee kleuters zitten. Ze komt uit Tsjechië, vertelt ze. Is dit het pad naar Theth?, vragen wij. “Dat klopt”, antwoordt ze. “Hebben jullie wat water over? We zitten al een tijd zonder.”

We schenken wat water over, dat we net hebben gescoord in een bergbeekje. Dan komt haar man aangesneld, die vooruit was gelopen om water te zoeken. “Verderop zit een barretje”, rapporteert hij.

Wat heet. Een kwartier klimmen verderop aan de Valbona-pas, aan een feeëriek bergbeekje, uitkijkend over een bos en mijlenver van het eerstvolgende huis, ligt misschien wel het wonderlijkste plekje van de Balkan. De dartele en ietwat nichterige Giovalin heet ons enthousiast welkom in zijn paradijselijke pleisterplaatsje met bladerdak.

Van juni tot september woont hij hier, met zijn vader. Slapen doen ze in een golfplaten hutje van drie bij drie. Hun brood verdienen ze door blikjes drinken te verkopen, die ze met een paard de berg op zeulen en koelen met beekwater. Zijn ze niet eenzaam? “Welnee! Er komen hier volop wandelaars, we hebben elkaar én de bergen”, lacht Giovalin.

De Valbona-pas tussen de gehuchten Valbona en Theth ligt in de streek Bjeshkët e Namuna (‘de Vervloekte Bergen’). Het gebied is onherbergzaam, ongerept en dus geliefd bij (natuur)toeristen. Al helpt het ook dat het arme Albanië goedkoop is (3 euro voor een diner, maximaal 10 euro voor een overnachting) en het volk extreem gastvrij.

De wandeltocht van 16 kilometer, met een kilometer aan klim- én daalwerk, is verplichte kost voor iedereen die de Albanese Alpen opzoekt. Toch komen we op deze hete vrijdag in juni maar 10 anderen tegen. ‘Toeristisch’ is een relatief begrip, in Albanië.

Eergisteren begon onze trip naar de Alpen, net zoals voor de meeste andere bezoekers, op de ferry over het Koman-stuwmeer. Hoe actief het bezoek aan de Vervloekte Bergen voor de meeste toeristen is, zo laidback is – wat reisgidsen noemen – ‘one of the world’s greatest boat trips’.

Het helblauwe, smalle stuwmeer meandert om loodrechte rotspartijen die soms een kilometer boven het water uittorenen. Tussen de woeste struiken op de steile rotshellingen duikt af en toe een herdertje op met wat schapen of geiten. Nog sporadischer zien we een primitief huisje ergens halfweg een berg staan. In drie uur tijd trekt 30 kilometer landschapsschoon aan ons voorbij.

Een minibusje zet ons dan af in Valbona, een brede vallei die wordt omsloten door besneeuwde rotsreuzen van ruim boven de twee kilometer. Kriskras door de vallei liggen zo’n 50 boerderijtjes, waarvan de helft in puin ligt. Ooit verlaten door de bewoners, die in het pre-toerismetijdperk het primitieve bestaan verlieten voor een baan in de stad. De grootste ruïne is van het staatshotel, dat is gesneuveld tijdens de algehele Albanese anarchie van 1997.

In Valbona pleisteren we twee nachten en een dag, voordat we aan de grote tocht naar Theth beginnen. We slapen in de logeerkamer van een traditioneel Albanees boerderijtje, in roze beddengoed. Verlegen puberdochter Dona, de enige die een half woord Engels spreekt, brengt ons het ontbijt van verse melk en feta, brood en jam en antwoordt steevast ‘nothing’ op ons ‘faleminderit’ (‘bedankt’).

Geheel in lijn met de rust en harmonie van de vallei, doen we weinig in Valbona. We kuieren wat rond, eten te veel, te lekker en te goedkoop, en sjokken een keer naar de top van een berg.

De tocht naar Theth begint met een mars door de rivierbedding, een paar kilometer aan rotsig, wit maandlandschap, dat zich gaandeweg vermengt met een bos van lage dennenbomen. Na een plukje huizen, wat weitjes die zijn afgebakend met gestapelde stenen en een koel loofbos, komen we rond het middaguur aan bij de oase van Giovalin.

Zijn koude cola is onze kickstart voor de grote klim. Over een alpenweide vol rotsblokken van tientallen meters hoog, door een stuk sneeuw, over een steil en rotsachtig paadje. Om het kwartier stoppen we om het zweet af te vegen, te hydrateren en zonnebrand te smeren. Na een uur of twee klimmen, komen we aan bij de eigenlijke bergpas: een pad over een rots op twee kilometer hoogte.

Naast de pas liggen twee supersteile rotskolossen van 2.400 meter, die ons doen begrijpen waarom het hier de Vervloekte Bergen heet. Montenegro zien we liggen, Kosovo bijna. We snappen hoe de Romeinen op ‘val bona’ (‘mooie vallei’) kwamen en verbazen ons over de complete stilte die hier heerst. En over de Belgische graffiti op de rots.

De afdaling zal wel zo gepiept zijn, verwachten we. Dat valt tegen. De bovenbenen raken steeds leger en de concentratie brokkelt af. Geen goede combinatie op de steile paadjes vol losse stenen. Gelukkig kunnen we ons regelmatig verfrissen in beekjes met drinkbaar water die uit de berg ontspringen.

Eenmaal aangekomen in Theth, zijn we de ontberingen snel vergeten. Guesthouse-eigenaar Gita overlaadt ons na de achturige wandeling met een ‘herstelmaal’ van worstjes, de onvermijdelijke feta, salade, gegrilde groente en haar eigen specialiteit: een toetje van courgette, ei en suiker met de curieuze naam ‘lakuriq’ (‘de naakte man’).

De volgende dag bezoeken we de beroemde 300 jaar oude bloedwraaktoren. Daarin konden families zich opsluiten die op de vlucht waren voor bloedwraak en voor hun leven moesten vrezen. Gita vertelt bij terugkomst dat de toren van haar familie is. “Mijn grootvader was de laatste rechter, hij onderhandelde tussen de families van het slachtoffer en de dader.”

Het wonderschone bergdorpje had een enorme aantrekkingskracht op de schrijfster Edith Durham en is het toneel van de literaire klassieker ‘De herberg met het hoefijzer’ van A. den Doolaard. Volgens Durham is Theth ‘majestueus afgezonderd van de wereld’; veel toeristen zeggen dat de tijd er stilstaat.

Helemaal mee eens. Tot de laatste (zaterdag)avond. We zitten op het terrasje van de oom en neef van Gita, als die grote speakers op het dorp richten in een (overigens weinig succesvolle) poging om de plaatselijke jeugd te lokken met luide Albanese popmuziek. Ondertussen zet de oom gratis de ene na de andere huisgestookte rakia voor ons neer. Beleefd als we zijn, weigeren we niet. Steeds proosten we op de goede afloop.

Dat blijkt wat voorbarig. Zo grandioos als de intocht in de Vervloekte Bergen met de Koman-ferry was, zo beroerd is de uittocht. Althans, voor mijn reiscompagnon. Tijdens het afleggen van het bochtige bergpad vol grote stenen in een oude en benauwde 4×4 Mercedes-bus, worden die laatste paar rakia hartgrondig vervloekt.

Hoogtepunten in Albanië

  • De Albanese Rivièra, aan de Ionische kust tussen Vlora en de Griekse grens, is een populair bestemmingsoord, en wordt in rap tempo volgebouwd met hotels en appartementen.
    • Albanië heeft twee stuks Unesco-werelderfgoed: de oude Griekse stad (en archeologische vindplaats) Butrint en de historische centra van Gjirokaster en Berat.
    • Hoofdstad Tirana staat niet als mooi te boek, wel als bruisend. Het leven speelt zich er vooral op straat af, er zijn talloze koffiebarretjes met terrasjes. De compleet vervallen ‘Piramide van Tirana’ (monument voor dictator Hoxha) en de stoet aan Range Rovers, Jaguars en Maserati’s in Blloku (nu de favoriete hangout van de jetset, vroeger slechts toegankelijk voor politbureauleden) zijn attracties op zichzelf.

Albanië

Onder het paranoïde communistische regime van dictator Enver Hoxha was Albanië (3 miljoen inwoners, net zo groot als België) tot 1991 volstrekt van de buitenwereld afgesloten. Binnenlands toerisme was destijds alleen weggelegd voor de partijelite. In de jaren 90 was het land goeddeels in de ban van de georganiseerde misdaad en raakte het bijna in een burgeroorlog door het ineenstorten van een piramidespel waar nagenoeg iedereen aan meedeed (1997). Sinds de millenniumwisseling is het land een stuk veiliger geworden, is er veel economische groei en is het toerisme op gang gekomen (al zijn westerse toeristen nog steeds schaars).

Hee, jij daar!

Waarom zou je niet een keer een mailtje aan mij sturen? Ik beloof je dat ik je terugmail.

Not readable? Change text. captcha txt