De Bloedige Erfenis Van Pablo Escobar

De bloedige erfenis van Pablo Escobar

Er zijn maar weinig plaatsen in Colombia waar het conflict zó samenkomt als in de wijk Comuna 13 in Medellín.

De bloedige erfenis van Pablo Escobar

gepubliceerd in Nieuwe Revu, 16 maart 2016

Ooit was Pablo Escobars thuisbasis Medellín de mondiale moordhoofdstad. Sinds zijn dood in 1993 klimt Colombia gestaag uit het dal. Maar in Comuna 13 gaat dat niet zonder slag of stoot. Een geschiedenis van deze urban jungle, die een bloedige bloemlezing is van het Colombiaanse conflict.

Tekst en fotografie Emiel van Dongen en Renée van Heteren

Als een gigantisch natuurlijk mausoleum torent La Escombrera uit boven Comuna 13. Ceremonieel was het afscheid van de overledenen die hier liggen niet, ze zijn hier snel gedumpt. Er is weinig bekend over wie hier liggen, behalve dan dat de (waarschijnlijk) honderden stoffelijke overschotten in dit massagraf zijn van mensen die het label ‘vermist’ hebben. En dat ze, zo goed als zeker, werden vermoord door guerrilla’s, paramilitairen, soldaten of bendeleden.

La Escombrera – ‘de dump’ – is een wrang symbool voor Comuna 13 (‘trece’). Er is geen plek in Colombia waar alle verschillende partijen in het conflict zoveel bloed hebben vergoten als in deze wijk. De straatarme buurten hoog op de heuvels rond de Aburrá-vallei zijn te zien in Narcos, de immens populaire Netflix-serie die toewerkt naar de dood van drugsbaron Pablo Escobar. In trece was het echter niet Escobar die het meeste dood en verderf heeft gezaaid, maar guerrilla’s, paramilitairen en combos (lokale straatbendes). En na Escobars dood ging het hier pas echt los.

Sociale schoonmaak

“Een van mijn eerste herinneringen, het zal ongeveer 1991 zijn geweest, is een limpieza social (sociale schoonmaak, red.). Guerrilla’s met bivakmutsen en geweren gingen langs de deuren om verkrachters, dieven, wietrokers en andere ongewenste personen op te halen. Vervolgens werden die ergens doodgeschoten”, vertelt rapper Jeison Castaño (30), beter bekend onder zijn artiestennaam Jeihhco.

Zijn familie streek in 1981 neer in een van de slechtst begaanbare buurten van ‘trece’. De wijk ontstond zo’n tien jaar eerder, toen voor het guerrillageweld gevluchte boeren en plattelandsbewoners huizen gingen bouwen op de bergen rondom Medellín.

ELN (na FARC de grootste guerrillagroep) stichtte enkele buurten in de wijk, die tegenwoordig zo’n 140.000 inwoners heeft. Vanaf de jaren 70 hadden vooral guerrillagroeperingen de controle over de wijk, de zwakke overheid had er geen enkele zeggenschap. De guerrilla’s hadden hun eigen leefregels (‘gij zult geen vrouwen verkrachten’, etc.), stimuleerden de gemeenschapsvorming en hielden de straten vrij van drugsdealers.

Daar stond echter een hoop tegenover. Alle winkels werden bijvoorbeeld gedwongen om ‘protectiegeld’ te betalen. Guerrilla’s liepen klaslokalen langs om scholieren te ronselen. En het overschrijden van ‘onzichtbare grenzen’ tussen de territoria van verschillende groepen moest je bekopen met je vrijheid of de dood. Leidy Viviana Alandette (30), geboren en getogen in trece, woonde in een doodlopende steeg. “Die werd door de guerrilla’s gebruikt om mensen te kidnappen. Ik moest goed uitkijken dat ik daar met niemand over praatte, want ze konden je zo laten verdwijnen. Een familielid van mij is nog steeds vermist.”

Guerrilla’s met wortel en tak uitroeien

Medellín groeit in de jaren 70, 80 en 90 uit tot de mondiale moordhoofdstad, met name door toedoen van Escobar, Don Berna en de guerrilla’s. Vanaf Escobars dood in 1993 had Don Berna de touwtjes in handen in de meeste wijken van Medellín.

Comuna 13 bleef al die tijd een rood guerrillabolwerk. Maar in 2002 ziet de wijk plotsklaps groen. 1.000 militairen en 800 paramilitairen, die samenwerken met het leger, trekken de wijk in en kammen die hermetisch uit. Hun doelwit: guerrilla’s. Met Operación Orión wil de overheid ze, bot gesteld, met wortel en tak uitroeien. Dagenlang is trece een slagveld.

Alandette, destijds 16 jaar, herinnert het zich nog goed: “Het was verschrikkelijk. Vanuit helikopters werd de wijk beschoten. Soldaten gingen langs de deuren om mensen op te pakken, die vaak onschuldig waren. Zo heeft mijn buurman tien jaar vastgezeten omdat hij walkietalkies van guerrilla’s zou hebben gerepareerd. De guerrilla’s probeerden ondertussen de wijk uit te komen. Sommigen pakten gewonde kinderen van straat en beweerden bij het verlaten van de wijk dat ze hun kind naar het ziekenhuis moesten brengen.”

Een van de dodelijke slachtoffers is een klasgenoot van Alandette, die werd getroffen door een verdwaalde kogel. Officieel vallen er 11 doden, maar in werkelijkheid is het een veelvoud. Volgens schattingen zijn er ook zo’n 300 mensen ‘vermist’ geraakt. Waarschijnlijk betichtten paramilitairen veel van die mensen ervan guerrilla te zijn, waarna ze zijn gedumpt in La Escombrera.

Het tijdperk van Don Berna

Jeihhco: “Deze wijk was altijd in de steek gelaten door de overheid. De eerste keer dat we de overheid zagen, kwam ze met wapens en veel geweld. Het plan was om de guerrilla’s uit de wijk te verwijderen, maar in plaats daarvan bracht de overheid de paramilitairen. En met de paramilitairen kwamen ook drugs de wijk binnen.”

De rechtse paramilitairen werden ooit opgericht door de grootgrondbezitters om de linkse guerrilla’s te verdrijven, maar zijn zich later vooral gaan bezighouden met drugshandel, afpersingen en ontvoeringen. Vanaf 2002 kregen de paramilitairen, die het leger hadden geholpen tijdens Orión, vrij spel in Comuna 13.

De paramilitaire leider in Medellín was Don Berna. Die stond tevens aan het hoofd van misdaadsyndicaat La Oficina de Envigado (de lokale voortzetting van het Medellín-kartel). Don Berna liet alle lokale combos hun gang gaan, mits zij tenminste een percentage van hun omzet uit berovingen, afpersingen, kidnappings en drugshandel aan hem afdroegen. Van 2002 tot 2008 hadden de paramilitaire groepen en daaraan gelieerde combos de macht over de straten van trece.

Oorlog om Don Berna’s imperium

In 2008 barst de bom. “Toen we hoorden dat Don Berna werd uitgeleverd aan de VS, hielden we ons hart vast. We verwachtten een enorme chaos”, aldus Adriaan Alsema, oprichter van de Engelstalige onafhankelijke nieuwswebsite Colombiareports.com en al acht jaar woonachtig in Medellín. Niet onterecht, tussen de combos ontstond namelijk een jarenlange oorlog om macht en territorium. De moordcijfers in de stad stegen weer explosief. In 2009 waren er twee keer zoveel moorden als in 2008, zo’n 3000 in een jaar tijd.

Een van de moordslachtoffers was een vriend van Alsema. “Een duro, een lokale capo, dacht dat die vriend van me met zijn vriendin aanrommelde”, aldus de journalist. Jeihhco verloor twee hiphopvrienden uit trece: ‘Kolacho’ in 2009 en ‘El Duque’ in 2012. El Duque werd na een lullig akkefietje doodgeschoten door een minderjarig bendelid, die later door zijn eigen combo werd vermoord omdat hij een zichtbaar figuur had omgelegd. Een van de bendeleiders bedreigde hierop de leden van de hiphopgemeenschap in trece, waarop Jeihhco en 60 medeartiesten moesten vluchten. Jeihhco kon anderhalve maand zijn eigen wijk niet in.

Met de uitlevering van Don Berna werd het volgens Adriaan Alsema moeilijker voor La Oficina de Envigado om drugs naar de VS te exporteren. Alsema: “Dus gingen ze in Colombia een markt creëren door mensen met goedkope cocaïne en wiet verslaafd te krijgen.”

Het pacto del fusil

Het leven voor de gewone Colombiaan in trece was een beproeving in die jaren. Met name de ‘onzichtbare grenzen’ tussen de territoria van de combos waren een kwelling, vertelt Alandette. “Het betekende dat je niet zomaar overal heen kon.” Deed je dat wel, dan kon je neergeschoten worden omdat de bendeleden dachten dat je iets slechts in de zin had of kwam spioneren. Bovendien gold er een toque de queda, een soort avondklok. De bendes kondigden dan bijvoorbeeld aan dat na 20.00u niemand meer de straat op mocht, op straffe van een kogel.

“In de oorlog ontstonden een aantal supercombos. Eigenlijk splitste La Oficina de Envigado zich op in twee delen. In Comuna 13 had de duro Valenciano alle macht”, legt Alsema uit. Uiteindelijk sloten de leiders van deze twee syndicaten in 2013 het pacto del fusil (‘het pact van het geweer’). Hiermee verdeelden ze de Medellínse onderwereld, met een wapenstilstand tot gevolg. Alsema: “Sindsdien is het aantal moorden flink gedaald. Maar het aantal afpersingen gaat onveranderd door, terwijl het aantal overvallen flink is gestegen. Het pact tussen de twee partijen heeft er bovendien voor gezorgd dat ze weer meer drugs naar het buitenland kunnen exporteren.”

Wachten op de bom

Het is echter een broze vrede, denken zowel Alsema als rapper Jeihhco. Jeihhco: “Nu er vrede is, zitten de politie en het leger er wat minder op. Dus kunnen de combos ongestoorder hun gang gaan, de zaken beter organiseren, extra wapens kopen, meer drugs handelen en meer geld verdienen. Medellín leeft nu tussen twee oorlogen in. Het is stil, maar de bom kan zo weer ontploffen.”

Wie anno 2016 puffend door de steile en levendige straten met bontgekleurde (maar armoedige) huisjes sjokt, merkt weinig van het bloedige verleden van trece. Of het moeten de talrijke graffitibeelden zijn, die vaak refereren aan Orión. Er komen zelfs toeristen naar trece. Ze nemen de kabelbaan naar de hoger gelegen delen, bezoeken de openbare roltrappen of doen de Comuna 13-tour, waarin ze wordt verteld over La Escombrera.

Inwoners van Comuna 13 smeken al tien jaar bij de gemeente om het massagraf op te graven. “Worden daar slachtoffers van Orión gevonden, dan kan dat belastend bewijs zijn tegen de paramilitairen”, aldus Alsema. Afgelopen jaar begon eindelijk de opgraving, maar om onduidelijke redenen werd het weer afgeblazen.

Alsema heeft wel een vermoeden: “Een aantal families hier beweegt zich in de hoogste echelons van de macht, maar heeft ook nauwe banden met de georganiseerde misdaad.” Bovendien hebben veel Colombiaanse politici banden met de paramilitairen. Aldus zullen de vermisten die in La Escombrera liggen, net zoals het leeuwendeel van de overige 250.000 slachtoffers van het conflict, waarschijnlijk nooit postume gerechtigheid krijgen.

KADER 

Medelín: mondiale moordhoofdstad (van ’70 tot ’90) 

De Colombiaanse burgeroorlog brak uit in de jaren 60, toen communistische guerrillagroeperingen hun gewapende strijd startten voor (met name) meer economische gelijkheid. Vanaf de jaren 70 groeide Colombia uit tot narcostaat, daarbinnen werd Medellín het wereldwijde epicentrum van de cocaïnehandel. Het Medellín-kartel rondom Pablo Escobar had maar liefst 80 procent van de wereldmarkt in handen. Om de business draaiende te houden, had het kartel liquidaties, afpersingen, ontvoeringen, bomaanslagen en omkopingen in het instrumentenpalet.

Vooral in de jaren 80 en begin 90 leidde de drugshandel, in combinatie met het guerrillageweld, tot een ongekende moordgolf in Medellín (en de rest van Colombia). In een tijdbestek van tien jaar werden er deze stad zo’n 45.000 moorden gepleegd, waaronder 1000 op agenten. Het aantal moorden per jaar op 100.000 inwoners was destijds bijna 400.

Rond 2008, 2009 is er een nieuwe moordgolf, als de oorlog uitbreekt om Don Berna’s imperium. Het aantal moorden per 100.000 inwoners stijgt weer naar 110. In het dodgy centrum, waar journalist Adriaan Alsema (als zo ongeveer enige buitenlander) woont, was het zelfs 2.000. Stilaan verdwijnt Medellín uit de lijstjes met gevaarlijkste steden, in 2015 is het aantal moorden gedaald tot ongeveer 20 per 100.000. Ter vergelijking: in Amsterdam is het ongeveer 2 per jaar.

KADER 

Don Berna: opkomst en ondergang van Medellíns onderwereldkoning 

In 1993 wordt de voortvluchtige Pablo Escobar doodgeschoten op een dak in Medellín. Dat Escobar uiteindelijk wordt gevonden en gedood, komt voor een groot deel door Don Berna, die vervolgens Escobars criminele business overneemt en vijftien jaar lang de onderwereldkoning van Medellín zal zijn.

Don Berna (55, echte naam: Diego Murillo) gaat in de jaren 80 als sicario (huurmoordenaar) werken voor de Galeano-familie, destijds onderdeel van het Medellín-kartel. In 1992 wordt Fernando Galeano door Escobar op verdenking van diefstal vermoord, Galeano’s familie en medewerkers worden afgeslacht. Don Berna ontkomt aan de slachtpartij omdat hij op dat moment Galeano’s maîtresse naar een beautysalon brengt. Uit wraak richt hij Los Pepes (‘de door Escobar vervolgden’) op. Deze groep paramilitairen, leden van het Cali-kartel en corrupte politiemannen heeft uiteindelijk een grote rol in het opsporen van Escobar.

Na Escobars dood weet Don Berna dankzij zijn contacten het leiderschap in handen te krijgen van La Oficina de Envigado, de ordetroep van het Medellín-kartel in deze stad. La Oficina erft de criminele structuur van het kartel in Medellín plus de contacten in bijvoorbeeld de VS, Mexico en het VK, waardoor het volgens crimesite InSight Crime een (groot) deel van de cocaïne-export kan overnemen.

Berna is een man met vele petten. Zo trekt hij de banden met de paramilitairen aan en wordt een van de belangrijkste figuren binnen de paramilitaire groeperingen AUC en het Cacique Nutibara Bloc. Binnen La Oficina richt hij bovendien La Terraza op, een gevreesd doodseskader dat een belangrijke rol speelt in het verdrijven van de guerrilla’s uit wijken als Comuna 13. Bovendien heeft hij de macht over de combos (bendes) in Medellín. Een belangrijke inkomstenbron voor La Oficina is de belasting die combos moeten betalen voor hun criminele activiteiten.

In 2003 werkt Don Berna mee aan de afspraak met de overheid om de paramilitaire AUC te demobiliseren. Berna instrueert La Oficina en de onderliggende combos om het geweld te reduceren, waarna de moordcijfers in Medellín flink zakken. Dit staat ook wel bekend als de ‘donbernabilidad’, een cynische knipoog naar ‘governabilidad’ (het Spaanse woord voor (overheids)bestuur). Don Berna houdt zich echter niet aan de voorwaarden van de demobilisatie en wordt opgepakt. In 2008 levert Colombia hem uit aan de VS, waar hij schuld bekent aan de smokkel van tonnen cocaïne en wordt veroordeeld tot 31 jaar gevangenisstraf.

Hee, jij daar!

Waarom zou je niet een keer een mailtje aan mij sturen? Ik beloof je dat ik je terugmail.

Not readable? Change text. captcha txt