verzekeren-is-een-kunst

Verzekeren is een kunst

Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (aov’s) zijn erg duur. Tegenwoordig zijn er alternatieven voorhanden. Is dat wat? En waar moeten advocaten op letten als ze toch een aov afsluiten? Ik zocht het uit voor het Advocatenblad.

Verzekeren is een kunst

gepubliceerd in het Advocatenblad, augustus 2014

Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is duur en verzekeraars keren lang niet altijd uit. Het broodfonds als alternatief is sterk in opkomst en nog een ander is in de maak. Waar kunt u het best op letten bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering of alternatieve regeling?

door: Emiel van Dongen

Op een verloren moment heeft Margreet de Boer, advocaat bij Van Kempen c.s., eens uitgerekend wat ze al aan premie voor haar arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) had betaald. De Boer: ‘Het bedrag kan ik me niet meer precies herinneren, maar ik weet nog wel dat ik er een beetje van schrok.’ Dat terwijl ze nooit iets heeft gehad in haar 25 jaar lange carrière.

Een cliënt van advocaat Karen Machielsen van Zumpolle Advocaten had ook nooit wat, maar nam voor de zekerheid toch een aov. Tijdens de aanvraagprocedure had hij al een voorlopige dekking voor arbeidsongeschiktheid door een ongeval. De aanvraag liep nog toen de cliënt een ongeluk kreeg en blijvend arbeidsongeschikt raakte. Machielsen: ‘Nog geen cent premie had hij betaald. De verzekeraar deed aanvankelijk zeer moeilijk, maar betaalt hem momenteel netjes de uitkering.’

Risk seekers en mensen met een groot eigen vermogen buiten beschouwing gelaten, is het regelen van op zijn minst een basisvoorziening voor arbeidsongeschiktheid sterk aan te raden, leert een rondgang langs advocaten die zijn gespecialiseerd in aov’s. Dat geldt ook voor advocaten zelf. Een advocaat in loondienst komt bij arbeidsongeschiktheid in de WIA, maar een advocaatondernemer zal op de bijstand zijn aangewezen als hij niets heeft geregeld in een situatie zoals die van de cliënt van Machielsen.

Een aov ligt voor de hand, maar kost behoorlijk wat geld (zie kader ‘Wat betaalt u?’ hieronder) en geeft lang niet altijd garantie op een vervangend inkomen. Er zijn alternatieven, zoals broodfondsen. Maar zijn die ook geschikt voor advocaten? En de andere opties? Zo niet, waar moet een advocaat die een aov wil of heeft op bedacht zijn? Een overzicht.

  1. In een broodfonds

Broodfondsen grijpen terug naar de basis van verzekeren. Een groep van twintig tot vijftig zelfstandig ondernemers legt vast om elkaar financieel te ondersteunen in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid. Maandelijks storten ze een vast, klein bedrag op een rekening. Een inleg per maand van 33,75 levert een maandelijkse schenking bij ziekte op van 750 euro, voor 112,50 krijgt de verzekerde bij ziekte 2.500 euro per maand. Kan iemand langer dan een maand niet werken dan krijgt hij – maximaal twee jaar lang – maandelijks belastingvrije schenkingen van de andere leden. Staat er voldoende buffer op de rekening, dan zal het bedrag dat daarboven wordt gestort op het einde van het jaar worden terugbetaald aan de leden.

Iedereen kan aan een broodfonds deelnemen, ongeacht leeftijd, beroepsrisico of ziekteverleden, zolang iemand op moment van instappen maar in staat is om arbeid te verrichten en inkomen te genereren. Omdat alle deelnemers elkaar kennen, is de gedachte dat de kans op misbruik van het fonds nagenoeg nihil is.

Inmiddels zijn er al meer dan honderd broodfondsen met zo’n 3.800 deelnemers. Het eerste fonds werd mede opgezet door André Jonkers. Inmiddels vormt hij met twee anderen het bedrijf BroodfondsMakers dat broodfondsen helpt op te zetten. Jonkers: ‘Tien jaar geleden had onze groep verschillende redenen om een broodfonds te beginnen: premies die te hoog zijn om op te hoesten, uitsluiting door verzekeraars wegens medische gronden, polissen die niemand begrijpt, en hoge kosten voor kantoorgebouwen en managementsalarissen.’

Is zo’n broodfonds een optie voor advocaten? Cijfers zijn niet bekend, maar volgens Jonkers zitten er al een stel advocaten in een broodfonds. Onder hen Margreet de Boer, al koos zij voor een broodfonds toen ze een tijd geen (familierecht)advocaat was, maar – naast haar (nog voortdurende) Eerste Kamerlidmaatschap voor GroenLinks – een eenmanszaak had in advies en training. Het idee vond ze heel sympathiek: onderling zaken regelen met mensen die je kent, in plaats van dit overlaten aan grote, anonieme verzekeringsmaatschappijen. Maar ook de financiën waren voor haar belangrijk, haar aov vond ze te duur en zegde ze daarom op.

De Boer is wel van plan om een aov te nemen boven op het broodfonds. Een broodfonds betaalt maximaal twee jaar uit, daarna zou de bijstand wachten. Jonkers: ‘In 99 procent van de gevallen zijn mensen binnen twee jaar weer aan het werk, dus een eigen risico van die periode scheelt behoorlijk in de premie. Zo’n aov kan een aanvulling zijn op een broodfonds.’

Het grootste probleem dat De Boer ziet voor advocaten die willen instappen in een broodfonds, is dat de uitkering maximaal 2.500 euro is. De Boer: ‘Dat bedrag zal voor veel advocaten al nauwelijks de kantoorkosten dekken.’ Haar oplossing: een broodfonds waaraan ook mensen die een hogere uitkering verlangen kunnen deelnemen. Aov-advocaat Karen Machielsen, die zelf overweegt om een eigen risico van twee jaar te nemen en zich bij een broodfonds aan te sluiten: ‘Het is misschien iets voor de Orde, om na te denken over het opzetten van een broodfonds.’

  1. Naar het UWV

Een – vrij onbekende – andere optie is om een vrijwillige verzekering bij het UWV af te sluiten. Startende ondernemers die uit loondienst komen, kunnen dit doen binnen dertien weken na het eindigen van de reguliere werknemersverzekeringen. Zo’n zes procent van de ondernemers maakt hier gebruik van. De verzekeringen zijn afgeleiden van de Ziektewet en de WIA. Met opgeteld zo’n vijftien procent aan premie zijn het behoorlijk prijzige verzekeringen. Bovendien zal iemand die arbeidsongeschikt is voor het takenpakket van advocaat van het UWV ander, ‘passend’ werk moeten accepteren.

Waarom een UWV-verzekering? Bij reguliere verzekeraars zijn, zoals die het zelf noemen, ‘brandende huizen niet te verzekeren’. Bij het UWV wel. Ondernemers die om gezondheidsredenen worden uitgesloten voor een aov, worden door het UWV wel geaccepteerd.

  1. Bij het pensioenfonds

Op 1 januari 2015 start het pensioenfonds voor zzp’ers. Bij dit fonds van Loyalis is het ook mogelijk om het opgebouwde vermogen aan te wenden voor langdurige arbeidsongeschiktheid. Prettig voor de eenpittende advocaat die verder niets heeft geregeld? De bevraagde aov-advocaten zijn overwegend positief: iets is beter dan niets. Maar voorzichtigheid is geboden, waarschuwen ze: een zzp’er eet zijn eigen reserves op en wie pas begonnen is met opbouwen, heeft te weinig middelen voor een fatsoenlijke uitkering.

  1. Toch een aov

Een goedkope aov is prettig, maar gaat doorgaans gepaard met een gebrek aan dekking. En dat kan later voor onaangename verrassingen zorgen. Sinds de Autoriteit Financiële Markten in 2011 met een kritisch onderzoeksrapport over arbeidsongeschiktheidsverzekeraars kwam, zijn veel van de zeer uitgeklede aov’s, zoals verzekeringen speciaal voor ernstige ziektes die veel vormen van kanker uitsloten van uitkering, al van de markt verdwenen. Maar nog steeds zijn er veel parameters die de dekking inperken en een lagere premie opleveren. Denk aan: het eigen risico verlengen, de hoogte van de uitkering verlagen, niet laten indexeren, de uitkeringsperiode verkorten, geen zwangerschapsdekking nemen en de mate van arbeidsongeschiktheid waarbij wordt uitgekeerd verhogen.

Afhankelijk van alle parameters zal het premiebedrag tussen de tachtig en achthonderd euro liggen.

De premie kan zo’n tien procent worden verlaagd door het criterium van beroepsarbeidsongeschiktheid te laten vallen. Staat er bijvoorbeeld ‘passende arbeid’ in de polisvoorwaarden dan kijkt de verzekeraar naar onder meer de opleiding en zal de verzekeraar niet uitkeren aan een advocaat als die nog als, zeg, juridisch medewerker kan werken. Bij ‘gangbare arbeid’ daarentegen kijkt een verzekeraar alleen of iemand nog kán werken: een advocaat krijgt niet uitgekeerd als hij bijvoorbeeld nog als postbode aan de slag kan.

Erik-Jan Wervelman van Verschoof Wagenaar Wervelman Advocaten en gepromoveerd op particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: ‘Over het algemeen geldt dat advocaten het best af zijn met een aov op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid. Dat geeft de grootste garantie dat er uitgekeerd wordt als iemand zijn werk als advocaat moet staken.’

Ook het verschil tussen een sommen- en een schadeverzekering kan meewegen in de hoogte van de premie. Een schadeverzekering dekt – heel bondig gesteld – alleen het schadebedrag dat ontstaat door arbeidsongeschiktheid. Een sommenverzekering dekt een overeengekomen bedrag. Wervelman: ‘Een sommenverzekering is doorgaans duurder, maar geeft ook meer zekerheid.’

Martin de Witte van SAP Letselschade Advocaten adviseert goed op te letten op ‘minder goed objectiveerbare’ aandoeningen zoals overspanning of whiplash. De Witte: ‘Het verschilt erg tussen de verzekeraars hoe ze hiermee omgaan. Bij twijfel kun je het laten bevestigen per brief of e-mail. Wees altijd op je hoede: als een verzekering goedkoop is, komt dat ergens vandaan.’

Vooral doen bij het afsluiten van een aov, zeggen gesproken aov-advocaten: de medische formulieren eerlijk en naar eer en geweten invullen. Geschiedt dit niet, dan kan een verzekerde al zijn rechten verspelen én een aangifte wegens verzekeringsfraude aan zijn broek krijgen. Deze meldingsplicht wordt volgens de gesproken aov-advocaten regelmatig door de verzekeraars aangegrepen om niet uit te keren.

‘De medewerkingsplicht is voor de verzekeraars ook zo’n gewilde stok om mee te slaan,’ constateert Agnes Koert van Backx & Ripmeester Verzekeringsadvocaten. ‘Verzekeraars stellen dat een verzekerde na de melding van arbeidsongeschiktheid onvoldoende heeft meegewerkt, waarna de uitkering wordt stopgezet.’ Vaak gaat de communicatie volgens Koert niet soepel omdat arbeidsongeschikten ook psychisch een klap hebben gekregen. Haar advies: ‘Laat het contact met de verzekeraar dan door iemand anders doen. Er staat veel op het spel.’

Bij Movir, waarvan het logo naar schatting op tachtig procent van de aovpolissen van advocaten prijkt, wijzen ze op een mogelijk voordeel van een aov-verzekering. De mogelijkheid van preventie. Het gemiddelde totaalbedrag per arbeidsongeschikte advocaat is volgens Movir 75.000 euro. Bij oorzaak nummer één (zie Top vijf oorzaken) – psychische klachten – zou dit zelfs een ton zijn. En dus loont het voor de verzekeraars om te investeren in preventie en re-integratie. Denk aan: coachingsgesprekken en zelftesten op bijvoorbeeld overspannenheid.

De cliënt van Machielsen die werd getroffen door een ongeluk is een zeldzaamheid, stelt algemeen directeur van Movir Louis van Drunen: ‘Het leeuwendeel van de verzekerden raakt nooit arbeidsongeschikt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld broodfondsen, kunnen wij voor hen wel van toegevoegde waarde zijn door relevante preventie aan te bieden.’

Hee, jij daar!

Waarom zou je niet een keer een mailtje aan mij sturen? Ik beloof je dat ik je terugmail.

Not readable? Change text. captcha txt